Verbreek taboe rond financieel misbruik van ouderen

Het taboe rondom het financieel misbruik van ouderen moet verbroken worden. Dat vindt staatssecretaris Martin van Rijn. Daarom start vandaag een campagne om financieel misbruik tegen te gaan en bespreekbaar te maken.

 Om het taboe rond financieel misbruik van ouderen bespreekbaar te maken, startte staatssecretaris Martin van Rijn vandaag een campagne om financieel misbruik tegen te gaan en bespreekbaar te maken.

Ouderen kunnen op allerlei manieren slachtoffer worden van financieel misbruik. Bijvoorbeeld als iemand een paar boodschappen doet voor zichzelf met de pinpas van de buurvrouw voor wie hij zorgt. Of een familielid die een oudere bezoekt en geld uit de portemonnee haalt op een onbewaakt ogenblik. Of zelfs iemand die druk uitoefent op een oudere om in het testament opgenomen te worden. De campagne is bedoeld om financieel misbruik van ouderen uit de taboesfeer te krijgen. Daardoor wordt het mogelijk om financieel misbruik eerder te herkennen én te stoppen.

Schaamte

Van Rijn: ‘Het gebeurt vaak dat ouderen slachtoffer worden van financieel misbruik in situaties waarin ze juist veel vertrouwen hebben in mensen die later de dader blijken te zijn. Daarom zien we veel schaamte en aarzeling bij ouderen om er melding van te maken. Ouderen zelf, familie, bankmedewerkers, zorgverleners, notarissen, omwonenden: samen moeten we om ouderen heen staan en hen beschermen. En weten wat we kunnen of moeten doen als we iets vermoeden. Als je een situatie niet vertrouwt, kun je zelf het gesprek aangaan of bijvoorbeeld Veilig Thuis bellen voor hulp of advies.’

Seniorenadviseurs

De campagne wordt breed gedragen. Zo heeft onder meer de Nederlandse Vereniging van Banken zich erachter geschaard. Daarnaast gaan de banken onderzoeken op welke manier zij een bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen van financieel misbruik. Directievoorzitter Leo Peeters Weem van Rabobank Rotterdam: ‘Wij hebben bijvoorbeeld speciale seniorenadviseurs in dienst die ouderen thuis helpen bij hun bankzaken, maar vandaag de dag ook vooral online en telefonisch bijstaan. Zij geven bijvoorbeeld preventieve tips, zoals het aanpassen van paslimieten of het openen van een zakgeldrekening. Wij komen helaas ook wel eens financieel misbruik tegen.’

Voorlichting

Ook ouderenbond ANBO wil graag meer aandacht voor financieel misbruik van ouderen. Daarom heeft de bond geïnvesteerd in extra voorlichting. ANBO-bestuurder Liane den Haan: ‘Met slimme tips kunnen mensen zich voorbereiden, zodat afhankelijkheid en kwetsbaarheid voorkomen wordt. Het is belangrijk om op tijd na te denken over hoe je toch grip op geldzaken houdt, ook als je niet meer alles zelf kunt regelen. Ten tweede hopen we dat mensen een beetje op elkaar letten: zijn er goede afspraken gemaakt? Is daar voldoende controle op? Raakt iemand niet geïsoleerd? Zo bestrijden we misbruik en uitbuiting.’

Bron: Zorgwelzijn 15-12-2016

Advertenties

Systeem eigen bijdrage is te moeilijk

De eigen bijdrage-regeling in de Wmo is tegenstrijdig. Dat stelt de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen. ‘Er wordt van burgers verwacht dat zij zelf actief keuzes maken, maar de informatie daarvoor wordt niet altijd gegeven.’

 De ombudsman kreeg veel klachten en signalen over de eigen bijdrage-regeling en stelde daarom 282 gemeenten vragen over hoe zij hun inwoners over de eigen bijdrage informeren. Lees hier het onderzoeksrapport. Hij concludeert dat de burger vaak de dupe wordt van het complexe systeem. In augustus trok hij dezelfde conclusie over de pgb-problemen.

Informeren
Staatssecretaris Martin van Rijn moet volgens de ombudsman nadrukkelijk gaan kijken naar de regeling en gemeenten moeten betere informatie geven. Veel burgers lieten de ombudsman weten dat als zij hadden geweten dat de eigen bijdrage zo hoog was, ze een andere keuze hadden gemaakt. Veel van hen zijn in financiële problemen gekomen door de onverwacht hoge bijdrage. Lees hier een voorbeeld van hoe de bijdrage onverwachts hoog uitviel >>

Keukentafelgesprek
Uit het onderzoek van de ombudsman blijkt dat een aantal gemeenten de indruk heeft dat het informeren over de eigen bijdrage voornamelijk een taak van het CAK is. Het is volgens hen niet mogelijk om een burger al voor de toekenning van de zorg, dus tijdens het keukentafelgesprek,  te informeren over de hoogte van de eigen bijdrage. In de Wmo 2015 is die verantwoordelijkheid bij het CAK ondergebracht vanuit het idee dat de gemeente de zorgvraag niet mag beoordelen op inkomenspositie. Andere gemeenten zeggen weer dat het bepalen van het bedrag op individueel niveau voor hen haast onmogelijk vanwege de complexe berekening

Moeilijk systeem
De ombudsman concludeert dat er een te moeilijk systeem is ontworpen. ‘Zoals het systeem van het innen van een  eigen bijdrage nu geregeld is, is het voor de gemeente niet of onvoldoende mogelijk om de cliënt goede voorlichting te geven zodat de cliënt daarop zijn keuze kan baseren.’ De Nationale  ombudsman verwacht dat de betrokken partijen ‘indringend’ met elkaar in gesprek gaan over het systeem en oplossingen aandragen om de Wmo voor de gemeenten uitvoerbaar te maken.

Alexandra Sweers

Enorme tariefverschillen Wmo-voorzieningen

Niet alleen tussen gemeenten, maar ook bínnen gemeenten worden verschillende tarieven voor Wmo-voorzieningen gehanteerd. In bijna één op de drie gemeenten zijn de tarieven dit jaar opnieuw fors gestegen, soms met ruim 200 procent.

Het is al vaak gezegd als het over toegankelijkheid en betaalbaarheid van Wmo-voorzieningen gaat: het kan sinds 2015 uitmaken in welke gemeente je woont. De ene gemeente is ruimhartiger in het toekennen van zorg en voorzieningen dan de andere, en de ene gemeenten heeft zorg goedkoper ingekocht waardoor de eigen bijdrage voor een hulpbehoevende in ene gemeente lager uitvalt dan in een andere. Uit onderzoek door Binnenlands Bestuur onder 66 gemeenten blijkt dat het nog wranger kan zijn.

Tarief en zorgsoort

Eén op de tien gemeenten baseert de eigen bijdrage voor Wmo­-gebruikers op zowel het tarief per zorgsoort, als op het tarief per aanbieder. Pechvogels betalen een hogere eigen bijdrage dan hun buurman (met eenzelfde inkomen, gezinssamenstelling etc.), voor precies dezelfde zorg, maar geleverd door een andere aanbieder. Het gros van de gemeenten (88 procent) neemt het tarief per zorgsoort (dagbesteding, begeleiding, etc) als basis voor de berekening van de eigen bijdrage, zo blijkt uit het onderzoek. Binnen deze gemeenten is sprake van ‘gelijke monniken, gelijke kappen’.

Grote tariefverschillen

Tussen gemeenten kunnen uiteraard wel grote tariefverschillen zijn, en daarmee hogere (of lagere) eigen bijdragen. Die tariefverschillen zijn fors, zo blijkt uit bij het CAK opgevraagde gegevens. De kosten voor een uur begeleiding variëren van 14 euro tot 56,42 euro. Voor dagbesteding variëren de prijzen tussen de 16,24 euro en 49 euro per dagdeel. Hoewel de grootste stijging zich in 2015 heeft voorgedaan, stijgen ook dit jaar in bijna één op de drie gemeenten de tarieven. En daarmee de eigen bijdrage. Een kwart van de zorggebruikers stopt vanwege de (hoge) eigen bijdrage met zorg en ondersteuning, zo bleek eerder uit onderzoek van Binnenlands Bestuur en Ieder(in).

Forse verhoging

In sommige gemeenten zijn de tarieven voor begeleiding wel heel fors verhoogd. Zo hanteerde Peel en Maas vorig jaar een uurtarief van 14,29 euro en dit jaar een tarief van 37,13 euro; een stijging van 160 procent. Het uurtarief in een aantal Friese gemeenten (zoals Ferwerderadiel en Dongeradeel) staat sinds 1 januari op 42,54 euro, terwijl deze vorig jaar 14,10 euro bedroeg; een stijging van ruim 200 procent. Procentueel gezien spant Meppel de kroon; het tarief steeg dit jaar met 214 procent (van 14,20 euro naar 44,55 euro).

Dagdeel

Ook bij dagbesteding lopen de verschillen tussen gemeenten ver uiteen. Apeldoorn is met dagbesteding de goedkoopste gemeente, met een tarief van 16,24 euro per dagdeel en Tilburg met 49,00 euro de duurste. De gemeentelijke tarieven voor dagbesteding zijn per 2016 zowel verhoogd, verlaagd als niet veranderd. Het exacte aantal stijgers en dalers kan voor dagbesteding, op basis van de CAK-gegevens, niet in kaart worden gebracht. Sinds dit jaar rekenen diverse gemeenten niet meer met een uurtarief, maar met een tarief per dagdeel (van 4 uur).

Boven(modaal)

Voor 80 procent van de 450.000 Wmo-gebruikers heeft de tariefstijging geen gevolgen; zij zitten aan hun persoonlijk plafond. 20 procent (90.000 mensen) voelt het wél. Het gaat met name om mensen met een (boven)modaal inkomen en mensen die niet heel veel zorg hebben waardoor ze niet op hun persoonlijk maximum zitten. Ook voor de zorggebruikers waarvan het overgangsrecht per 1 januari is afgelopen, gaat de rekening omhoog. Volgens het CAK gaat het hierbij om 3.500 mensen met dagbesteding en/of begeleiding.

Afbeelding

Afbeelding

 Afbeelding

Bron: http://www.binnenlandsbestuur.nl

Uitspraak over ‘poetshulp’ hoogste rechter op 18 mei 2016

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) doet op 18 mei uitspraak over de principiële vraag of huishoudelijke hulp (hh) onder de Wmo 2015 valt. Hoe deze gaat uitpakken, is op basis van drie woensdag behandelde zaken door de hoogste rechter niet te zeggen. De rechters blijken wel moeite te hebben met het totaal schrappen van de hulp én met de normstelling door gemeenten voor het te bereiken resultaat ‘schoon en leefbaar’.

Eerste zittingen

Zo veel is duidelijk geworden bij de behandeling van twee zaken tegen de gemeente Utrecht (basisnorm 78 uur per jaar) en één van de gemeente Aa en Hunze tegen een inwoonster die meer uren hulp eist. Aa en Hunze heeft per 2015 de maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp omgezet in een algemene voorziening. Het was woensdag voor het eerst dat de hoogste rechter zich over de Wmo 2015 boog. Op 18 mei doet de CRvB uitspraak over deze drie zaken, maar ook over vragen als hoe ver de beleidsvrijheid van gemeenten binnen de Wmo 2015 reikt, hoe deze beleidsvrijheid door gemeenten wordt vormgegeven en of dat wettelijk door de beugel kan. Relevant dus voor al die gemeenten die de huishoudelijke hulp alleen nog als algemene voorziening aanbieden, hebben versoberd of anders hebben ingericht.

Magertjes

Het alleen nog aanbieden van huishoudelijke hulp (hh) als algemene voorziening, riep bij de rechters veel vragen op. De wijze waarop gemeenten dat hebben geregeld, is cruciaal. Gemeenten moeten op zijn minst in hun verordening de prijs voor een uur huishoudelijke hulp vastleggen, zo is in de Wmo 2015 geregeld. Dat heeft Aa en Hunze niet gedaan. Ook moet de gemeente contracten met aanbieders afsluiten. Het slechts regelen dat aanbieders hulp leveren als inwoners bij hen aankloppen, is in de ogen van de rechters wat magertjes. Het is kortom nog maar de vraag of gemeenten, binnen de Wmo 2015, de ‘hh’ wel helemaal aan hun inwoners mógen overlaten, via een algemene voorziening, of dat er toch een maatwerkvoorziening moet zijn.

Normstelling

Die maatwerkvoorziening is er wel in Utrecht, maar over de vormgeving daarvan werden tijdens de zitting stevige noten gekraakt. Sinds 2015 kunnen inwoners van Utrecht voor maximaal 78 uur per jaar een beroep doen op eenvoudige schoonmaakhulp. In drie uur per twee weken kan het door de gemeente geformuleerde resultaat ‘schoon en leefbaar’ worden behaald, zo betoogde de jurist van de gemeente. Die norm heeft zij mede bepaald na overleg met aanbieders. Indien nodig en na onderzoek kunnen extra (halve) uren worden toegekend. Het overtuigde de rechters niet. Tot 2015 zat er veel verschil in uren hulp die werden toegekend; mede afhankelijk van de aandoening, omvang van het huis en hoeveel mensen er woonden. Nu ligt er voor iedereen een basisnorm. ‘Hoe komt u toch tot die 78 uur?’, vroeg een van de drie rechters zich af.

Overgangsrecht

Het overgangsrecht bleek woensdag bij alle drie de zaken een ‘puntje’; en vooral de vraag of gemeenten in 2014 al op de Wmo 2015 mochten anticiperen. Zowel in Utrecht als in Aa en Hunze kregen de cliënten al huishoudelijke hulp in het kader van de Wmo 2007. Per 2015 werd deze bij de drie cliënten verminderd. Zowel Utrecht als Aa en Hunze baseren zich bij het ene besluit op de Wmo 2007, maar beroepen zich bij het besluit op bezwaar op de Wmo 2015. Het is niet duidelijk hoe de hoogste rechter daar straks over oordeelt.

Principiële vraag

De belangstelling voor de rechtszaken was groot. ‘De wet heeft heel wat teweeg gebracht’, stelde een van de rechters bij aanvang van de zitting, met gevoel voor understatement. Sinds de invoering van de Wmo 2015 is het aantal rechtszaken verdubbeld. De principiële vraag – valt huishoudelijke hulp onder de Wmo 2015 –, legden de rechters voor aan de bij de Utrechtse zaken betrokken juristen. Ja, het valt onder de Wmo, stelden de juristen stuk voor stuk, ook die van de gemeente Utrecht. Als mensen niet in staat zijn hun huis schoon te (laten) houden, moeten gemeenten daar voor zorgen. De passages in de wet en de Algemene Maatregel van Bestuur over zelfredzaamheid in termen van het in staat zijn algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en drie verduidelijkende brieven van verantwoordelijk staatssecretaris Van Rijn (Wmo, PvdA), waaronder die van 7 maart, zijn het ‘bewijs’, zo stelde onder meer jurist Bernard de Leest. Op de vraag van de rechter of het gemeenten vrij staat om huishoudelijke hulp aan de markt over te laten, kwam van de juristen geen duidelijk antwoord.

Bron: http://www.binnenlandsbestuur.nl

Huishoudelijke hulp weigeren is onmogelijk

11 januari 2016

Volgens Illya Soffer, directeur van cliëntenorganisatie Ieder(in), kan huishoudelijke hulp nooit geweigerd worden aan mensen die er wel voor in aanmerking komen. Dat is het gevolg van de uitspraak die de rechtbank in Arnhem deed op 17 december 2015.

‘Hier wordt voor het eerst heel expliciet uitgesproken door een rechter dat huishoudelijke hulp wel onder de nieuwe Wmo valt’, zegt Soffer. Ze refereert aan een uitspraak van vorig jaar. Dat betrof een cliënt met een indicatie voor hulp bij het huishouden van vijf uur per week op grond van de Wmo 2007. De gemeente Lochem bepaalde na de invoering van de Wmo 2015 dat de cliënt gebruik moet maken van ‘de algemeen gebruikelijke voorziening hulp bij het huishouden’ en daarom niet langer een maatwerkvoorziening kon krijgen. De gemeente beargumenteerde dat door te zeggen dat in de Wmo 2015 niet langer de concrete voorziening hulp bij het huishouden genoemd wordt.

Dantumadeel en Stadskanaal
‘Dat de rechter nu heeft gezegd dat gemeenten dit argument niet meer mogen gebruiken is een hele belangrijke uitspraak’, zegt Soffer. ‘Veel gemeenten hebben dit argument immers vaak gebruikt om huishoudelijk hulp stop te zetten of te schrappen, zoals eerder bijvoorbeeld de gemeenten Dantumadeel en Stadskanaal en nu dus de gemeente Lochem. De rechter geeft nu aan dat dit niet klopt. Huishoudelijke hulp valt wel degelijk onder de nieuwe Wmo, ook al wordt de voorziening niet expliciet in de wet genoemd.’

Bakzeil
Het gevolg van de uitspraak is volgens Soffer dat gemeenten niet kunnen volstaan met alleen een algemene voorziening voor huishoudelijke hulp. ‘De rechter had al veel vaker gemeenten teruggefloten die huishoudelijke hulp schrapten of sterk verminderden maar hierbij ging het echter in veel gevallen om lopende indicaties waar gemeenten een streep door wilden zetten. Gemeenten haalden hier dan bakzeil omdat dit volgens de rechters niet mag zonder goed onderzoek naar de persoonlijke situatie en een goede beargumentering dat er minder of geen zorg meer nodig is. Dit is de eerste  echt principiële uitspraak over wat wel en niet onder de nieuwe Wmo 2015 valt.’

Niet verdeelde pensioenrechten verjaren niet na scheiding!

gepubliceerd op 28 april 2015 Comments Off

De Hoge Raad oordeelt dat ‘niet verdeelde pensioenrechten’ niet verjaren. Dus ‘vergeten’ pensioenrechten bij scheiding kunnen ook na vele jaren nog gevorderd worden.

Wel of geen verjaring?

Bij echtscheiding geldt sinds 27 november 1981 dat pensioen verdeeld moet worden. Tot 1 mei 1995 golden hiervoor de regels van het pensioenarrest (het Boon van Loon-arrest). Tegenwoordig geldt de Wet  verevening pensioenrechten bij scheiding. Wat nu als pensioenrechten niet in de akte van scheiding en deling zijn opgenomen en hierdoor vergeten zijn om te verevenen? In het verleden gaven rechters verschillende antwoorden op de vraag of pensioenaanspraken die partners bij echtscheiding vergeten waren te regelen wel of niet kunnen verjaren. De Hoge Raad biedt daarover nu eindelijk helderheid.

De casus

Man en vrouw zijn in gemeenschap getrouwd en scheiden na 10 jaar huwelijk in 1991. In de akte van scheiding en deling wordt niet over pensioenaanspraken gerept. De man bereikt op 6 april 2011 de pensioengerechtigde leeftijd en ontvangt onder meer een pensioenuitkering van ABP. Op 10 augustus 2011 maakt de vrouw aanspraak op verrekening van de door de man tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenrechten.

In het verleden oordeelden rechters verschillend

Binnen de rechterlijke macht werd over dit soort casussen verschillend geoordeeld. Bijvoorbeeld Rechtbank Middelburg (LJN: BX9626, nr. 80131) gaf aan dat pensioenrechten niet verjaren. Hof Leeuwarden oordeelde in deze zaak dat het ‘overgeslagen goederen-artikel’ (art. 3.179, lid 2BW) moet worden toegepast en dat de aanspraak derhalve na 20 jaar wel is verjaard. Rechtbank Arnhem-Leeuwarden (LJN: BY1372, nr. 118087) gaf ook aan dat pensioenrechten verjaren.

Het verschil richt zich specifiek op de vraag welk artikel uit het Burgerlijk Wetboek hier van toepassing is. Het gaat in dit geval om twee artikelen met een totaal verschillende verjaringsuitwerking. Onder staat de vergelijking van de artikelen:

Artikel. 3:178 BW bepaalt: “ieder der deelgenoten (…) kan te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed vorderen’ (tenzij uitdrukkelijk anders bepaald is).” De term ‘te allen tijde’ wordt in de jurisprudentie uitgelegd als hiervoor bestaat geen verjaringstermijn.

Artikel. 3:179 lid 2 BW gaat over ‘overgeslagen goederen’: “De omstandigheid dat bij een verdeling een of meer goederen zijn overgeslagen, heeft alleen ten gevolge dat daarvan een nadere verdeling kan worden gevorderd.” Voor dit laatste artikel geldt een verjaringstermijn van 20 jaar.

De afgelopen jaren is in verschillende vonnissen en arresten dan ook verschillend voor de ene en dan wel de andere variant gekozen.

Hoge Raad biedt eindelijk helderheid

De Hoge Raad verbindt de twee artikelen aan elkaar: “Artikel 3:178 lid 1 BW bepaalt dat ieder der deelgenoten te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed kan vorderen. Uit de woorden ‘te allen tijde’ volgt dat deze vordering tot verdeling niet kan verjaren.”
“Artikel 3:179 lid 2 BW bepaalt dat de omstandigheid dat bij een verdeling een of meer goederen zijn overgeslagen, alleen ten gevolge heeft dat daarvan een nadere verdeling kan worden gevorderd. Ook een dergelijke vordering tot nadere verdeling is een vordering tot verdeling van een gemeenschappelijk goed in de zin van art. 3:178 lid 1 BW en uit dien hoofde dus niet aan verjaring onderhevig. Daarbij is niet van belang of het desbetreffende goed opzettelijk of onbedoeld is overgeslagen.”

Kortom, de Hoge Raad oordeelt dat ‘niet verdeelde pensioenrechten’ niet verjaren. Goed nieuws om deze omissie in de scheiding en delingsakte richting te geven!

TIPS

  • Pensioenrechten bij scheiding moeten altijd worden verdeeld, tenzij de partners in het echtscheidingsconvenant of al in de huwelijkse voorwaarden  hebben afgesproken dat ze het toepassen van de Wvps uitsluiten.
  • De financieel planner moet ondanks deze uitspraak alert blijven op pensioenrechten bij scheiding. Bij voorkeur bij de scheiding zelf. Dit speelt zeker als beide partners definitief van elkaar af willen. Zij zouden dan zo snel mogelijk conversie kunnen aanvragen.
  • Een pensioengerechtigde zelf blijft altijd het recht behouden zijn pensioengelden  alsnog te claimen. Ook hier is dus geen verjaringstermijn.
  • Een actuariële waardering ter onderbouwing van de verdeling van de pensioenrechten is ‘een must’ bij ieder convenant.
  • Maak de gevolgen van verevening, conversie en/of verrekening inzichtelijk, bijvoorbeeld via de echtscheidingsmodule vanFinact Software